Parasha 20 U beveelt, je zult gebieden  Tetzaveh


Lezen Exodus 27:20-30:10; Ezechiël 43:10-27; Hebreeën 13:10-17


Het is goed om te realiseren, als we starten met het lezen van deze Parasha, dat Mozes nog steeds  boven op de berg is, waar hij 40 dagen in Gods heerlijkheid verblijft. In die ontmoeting ziet hij een hemelse tabernakel. In de woestijn moeten zij nauwkeurig deze namaken, als een plaats waar Jahweh kan wonen. Hij wil onder hen wonen. De vorige keer lazen we allemaal instructies voor de bouw van de tabernakel. Nu lezen we over de priesterkleding, de offers rondom de inwijding van de hogepriester Aäron en zijn zonen, om daarna te eindigen met de dagelijkse morgen- en avondoffers.

Wat valt mij op? Zijn er parels? Wat is een lijn?


Exodus 27: 20,21 De titel De naam van de Parasha is ‘Gij beveelt’, ‘Je zult gebieden’. Het eerste wat Hij zegt tegen Mozes is, dat de Israëlieten zuivere olie moeten brengen, gemaakt van gestoten olijven. De olie is het licht voor de lamp die dag en nacht in de tent moet branden. Aäron en zijn zonen wordt opgedragen om dit te verzorgen. Ik schreef hierboven dat de Parasha begint met de priesterkleding, maar het is opvallend dat deze twee verzen vooraf gaan. Voor mij bepaalt dit de belangrijkheid. Zonder letterlijk licht ben je beperkt, maar ‘geestelijk’ gezien begint het licht. "Verlicht mijn ogen”, “Geef licht, inzicht om deze Parasha te begrijpen".

Exodus 28:1-3 De roeping Het volgende bevel (het klinkt negatief, maar is het niet) is dat Aäron en zijn zonen moeten naderen om voor Hem het priesterambt te vervullen. Zij krijgen daarvoor prachtige kleding, heilig, een sieraad, die door kunstvaardige mensen moeten worden gemaakt. God houdt van schoonheid.

Exodus 28:4-14 De kleding In de vorige Parasha lazen we over de heffing. Veel spullen, nauwkeurig omschreven, mocht het volk vrijwillig brengen. Van deze spullen werden de tabernakel gemaakt en de priesterkleding.

Er worden ook twee schouderstukken gemaakt. Op deze schouderstukken komen twee stenen, met de namen van de zonen van Israël gegraveerd. De hogepriester draagt ze en ze brengt ze op dit manier voor Zijn aangezicht.

Exodus 28:15-30 Het borstschild der beslissing Nu wordt het borstschild beschreven. Wat opvalt is dat elke stam een edelsteen krijgt op dit schild. De hogepriester draagt eigenlijk elke stam of zoon op zijn hart. Eerst op de schouder, nu op het hart. Wat een prachtig beeld? Als je dit doortrekt naar Jezus, Jeshua, onze Hogepriester. Hij draagt ook de stammen op Zijn hart en schouder, en tegelijk ons. Van deze parel kan ik genieten!

Exodus 28:31-38 Het opperkleed Gedetailleerd wordt het volgende deel van de kleding beschreven. Ik noemde al dat onze God een God van schoonheid is, maar Hij heeft ook oog voor details. Naast het opperkleed wordt een plaat beschreven, die zich bevindt op de tulband met de woorden: De HERE heilig. De (hoge)priester staat voor heiligheid en dat laat hij zien.

Exodus 28:39-43 Het onderkleed en de tulband Het onderkleed is ook bedoeld om de schaamte te bedekken. Als alle kleding klaar is, zal Mozes hen bekleden, zalven, wijden en heiligen. Het is een prachtig sieraad.

Exodus 29:1-3 De heiliging Meerdere keren word het bevel gegeven aan Mozes: Gij zult. Geen enkele keer wordt in deze Parasha zijn naam genoemd. Nu moet hij offers brengen om Aäron en de zonen te heiligen. Het offer is onder meer een jonge stier, twee gave rammen, ongezuurd brood en koek.

Exodus 29:4-9 Genaderd Mozes zal, als Aäron en de zonen zijn genaderd, hen wassen, zalfolie over het hoofd gieten en hen de kleding aandoen.

Exodus 29:10-14 Het zondoffer Aäron en zijn zonen zullen de hand op de stier leggen, die vervolgens geslacht zal worden. Het bloed van de stier zal aan de hoornen van het altaar gestreken worden. Ingewanden zullen buiten de legerplaats in rook opgaan.

Exodus 29:15-18 Het brandoffer Op één ram zullen zij vervolgens op zijn de hand leggen. De ingewanden zal in rook opgaan, nu op dezelfde plek en het is een lieflijke reuk voor Hem.

Exodus 29:19-21 Nog een offer Op de andere ram zullen ze ook hun hand leggen. Bloed van dit ram zal op de rechter oorlel, rechter duim en rechter grote teen gestreken. De rest van het bloed zal rondom het altaar gesprengd worden. Ook op de kleding. Met zalfolie zal hij gezalfd worden. Ze zullen heilig zijn. Later staat er in, 29-30, dat ze kleding 7 dagen zullen dragen, want zolang duurde hun dienst.

Exodus 29:22-28 Het beweegoffer Vervolgens zullen Aäron en zijn zonen een offer, van onder meer het vet van de ram, brood en dunne koek, bewegen voor Zijn aangezicht. Het beweegoffer zal vervolgens door Mozes als een brandoffer worden verbrand.

Exodus 29:31-35 Tenslotte komen er instructies voor wat er met het overige vlees gedaan gaat worden. Nauwkeurig wordt het hele proces beschreven. Hij verlangt onder de mensen te komen, te wonen, maar geeft nadrukkelijk aan hoe Hij gediend wil worden.

Exodus 29:38-46 Bij de dagelijkse offers, voor de tent der samenkomst, zie je dat ook terugkeren. Daar wil Hij tot Mozes spreken, daar wil Hij samenkomen, daar wil Hij de Israëlieten heiligen door Zijn heerlijkheid.

Exodus 30:1-10 Het reukofferaltaar De bevelen verschuiven weer en richten zich weer op de tabernakel. Op het reukofferaltaar zal welriekend reukwerk in rook doen opgaan. Het reukwerk is nauwkeurig samengesteld (34-38), er zal geen vreemd reukwerk komen. Dit altaar is alleen voor reukwerk en niet voor de andere offers.

Exodus 29:22-38 Na een heffing, zoengeld, en het maken van een wasvat eindigt de Thora-portie met de heilige zalfolie en de heilige reukwerk. Deze zalfolie is niet bestemd voor de mens.


Ezechiël 43:10-27 We gaan nu naar de tempel. Ezechiël, krijgt een geweldig visioen. In meerdere hoofdstukken ziet hij een toekomstige tempel. Opnieuw heel gedetailleerd beschreven. Daarom is mijn opvatting dat dit eens werkelijkheid zal worden, niet figuurlijk of symbolisch. Hoe alles precies zal gaan, wanneer en hoe dit verhoudt met bijvoorbeeld het offer van Jeshua, daar is al veel over geschreven. De parels in deze verzen geven mij hoop. Het eindigt bijvoorbeeld met “Ik zal behagen in u hebben”.


Hebreeën 13:10-17 Degene die wij liefhebben, Zijn Zoon, is ook buiten de legerplaats gebracht. Daar heeft Hij voor ons geleden, onze smaad en schuld gedragen. Hem mogen wij een lofoffer brengen. Het is een vrucht van onze lippen. Daar heeft de Vader behagen in. Alleen in lofoffers? Ook als we geven aan de ander.